UA-105762165-1

Rolduc  1831 - 1971

 

Onderwerpen die we apart belichten


Het systeem bonnes notes perdues  van 1831 tot  1940


Vaak heb ik oudere rolduciens gesproken op reünies; velen hadden levendige herinneringen aan de "noten" die je kreeg als je kattenkwaad en meer uithaalde; Het blijkt dat er op Rolduc  een controle systeem is geweest van 1831 tot 1940 dat ervoor zorgde dat de jeugd zich aan het reglement hield; het waren niet alleen surveillerende priesters maar ook oudere studenten die het kattenkwaad en erger in boekjes noteerden; die overtredingen werden verzameld  en dan tijdens het diner op zaterdag of zondag  door de directeur persoonlijk voorgelezen; je werd publiekelijk door de directeur aan de schandpaal genageld en dat kon zeker pijn doen.  Ook kwam het voor dat studenten bij ernstig vergrijp ten overstaan van een groep leraren terecht werden gewezen of  zelfs van Rolduc werden gestuurd. In 2013 heb ik me met dat thema  met veel plezier overigens, bezig gehouden; het bleek dat redelijk veel  boeken met de "noten" nog aanwezig waren in het RHCL. Ook heb ik de jaarboeken onderzocht op sporen van dat systeem. Het hierbij gevoegde pdf-je is het resultaat. Advies, sla hoofdstuk twee even over en vergeef me de zeker aanwezige fouten tegen de Franse taal. Nog dit: bonnes notes perdues  (er is iets goeds verloren) verwijst m.i. naar de leer van de theodicee van Augustinus en Thomas van Aquino, het privatio boni.  Je beschouwt het kwaad als het afwezig zijn van het goede; op die manier bestaat het kwaad niet als substantie. Het kwaad mag natuurlijk niet door God geschapen zijn.




Nieuwe kijk op veroordeling Gerard Ubaghs  door studie van Dr. Johan Ickx

Gerard Ubaghs en Arnold Tits waren professor filosofie op Rolduc II; ze kenden elkaar goed. Nadien zijn ze  naar Leuven vertrokken en daar professor filosofie en theologie geworden. De leer van Ubaghs is veroordeeld in 1866. Onlangs heeft Johan Ickx in zijn proefschrift deze veroordeling opnieuw bekeken. Ubaghs verdient eerherstel en wordt een filosoof van wereldformaat genoemd. 




Sjefke de Rolducien


Een paar weken geleden was ik met een kleinzoon op Rolduc en bij het beeldje vroeg hij: Opa wie is dat? Ik heb hem verteld dat ik dat was. Hij geloofde het niet want hij had me nog nooit in zo'n broek zien lopen en zo'n grote linkerhand had ik ook niet.  Eerder, op het voorplein bij het standbeeld van Ailbertus viel hem op dat deze een kerkje op zijn arm droeg. Ik vertelde dat Ailbertus  eerst een maquette van de kerk maakte om daarna de kerk met de goede verhoudingen in steen te bouwen. Ailbertus maakte diepe indruk op hem; hij wil ook architect worden. Tot zover mijn kleinzoon.

Op vrijdag 10 oktober 1980 werd het beeld "Sjef de Rolducien" onthuld; het is toen aangeboden namens de studenten van Rolduc III. Het beeld is gemaakt door beeldhouwer Godfried Pieters. Hans Schoenmaker, de voorzitter van het reüniecomité van Rolduc III en directeur Stassen hebben toen een toespraak gehouden.  Hierna de toespraak die Stassen gehouden heeft bij de onthulling van Sjef.


 



De Kleine Republiek

Hier een fragment uit de film; er komt een aantal metaforen voor gerelateerd aan het Rolducse onderwijs: het studeren in de studiezaal en het maken van een proefwerk in een klas. Tevens een docentenvergadering waarin bepaald wordt of een student het wel of niet gehaald heeft. Sommigen bungelen aan een zijden draadje en halen het net.



Gerard Slits 1829 -1888

Gerard Slits was priester, kunstenaar en tekenleraar op Rolduc; Hij was een goede vriend van Bernard Pothast en heeft diens composities vaak van tekeningen voorzien. Bekend van hem is -Rolduc in vogelvlucht-  uit 1865, een mooie en informatieve tekening waarop veel details van Rolduc te zien zijn. Hij heeft de verlichting ontworpen voor de kerk; directeur Stassen heeft een lamp tot schemerlamp laten omwerken die nu in de rococo-bibliotheek staat. Het raam boven de ingang van het grote carré is door Gerard ontworpen.  Een biechtstoel aan de linkerzijde als u de kerk binnenkomt heeft hij ontworpen. Ook heeft hij de vroegere aula op het voorplein van schitterende schilderingen voorzien;  hij ontwierp vele decors voor toneelvoorstellingen. Op de ''herengang'' hangt een reproductie van de afstamming van het koningshuis van Karel de Grote, ook dat heeft hij getekend.


Raam ontworpen door Gerard Slits in groot carré

Een geschilderd portret van hem en een portret van zijn broer Pieter hangt vlak bij de rococo-bibliotheek. Op Rolduc is van Gerard een oude glasplaat waarop hij vrij jong is. Hierbij een levensbeschrijving geschreven door P.A.M Geurts over de broers Pieter en Gerard Slits. Gerard en Pieter liggen direct vooraan begraven op het kerkhof te Rolduc.

De tekening van het raam in een doos in het RHCL waarin tekeningen van Gerard Slits bewaard zijn. Als u goed kijkt dan ziet u dat de tekening ligt op de ontwerpschets voor de biechtstoel waarover beneden meer.
Links en rechts achteraan in de hoeken staan twee hoge kandelaars; die behoorden tot de kerkverlichting van Gerard Slits; ze zijn blijkbaar omgebouwd door J Stassen tot lampen. Als u kijkt in het pdf-je lampen rococo, ziet u ze nog in de kerk staan. Foto is van website Rolduc.
Op de -herengang- aan de kant van de grote cour hangt een reproductie van de afstamming van het koningshuis van Karel de Grote
De voormalige aula op het voorplein zoals beschilderd door Gerard Slits, inclusief de decors. Ook het plafond is mooi beschilderd. Hij heeft dat gedaan samen met Jean Lauweriks, hoofd beeldhouwwerkplaats van Cuypers. Lauweriks is op 9 juli 1869 plotseling op Rolduc overleden; hij is begraven in Kerkrade. Naderhand heeft Cuypers op het kerkhof te Rolduc een steen geplaatst; hij staat als men binnenkomt links met het gezicht van Lauweriks uitgehouwen {zie annales Pothast 1869, pagina 100).


Monument voor Jean Lauweriks; hij ligt er zelf niet maar is begraven in Kerkrade.
Voorblad van het lied Die Mutter van Pothast zoals gemaakt door Gerard Slits.In 2014 is het lied gezongen, u kunt het beluisteren op de pagina met tab Pothast beneden.


De biechtstoel volgens een ontwerp van Gerard Slits uit 1876; het ontwerp is in het RHCL in de collectie 17.23. De andere biechtstoel is volgens ontwerp van Cuypers uit 1857 in het jaar dat het beeld van de Onbevlekte Ontvangenis is geplaatst in de nis bij de hoofdpoort. Zie Rjb 1927, pag 23.






Het boekje -Herinnering - van Emile Coenders


Emile Coenders is in Maastricht geboren en woonde in Gulpen; hij was op Rolduc van 1864-1868.  Hij heeft zijn herinneringen aan Rolduc middels een boekje uitgegeven; het boekje is  informatief over het leven op het Rolduc van die tijd. Hierboven bij mijn beschrijving over het -noten- systeem op Rolduc heb ik er  dankbaar gebruik van gemaakt.

Geniet gewoon van het boekje van Emile Coenders. Betrek er eventueel afbeelding 13 op bladzijde 101 bij uit het gedenkboek 1843-1943 dat geeft de toestand van de gebouwen weer voor 1872.  Merk op de crypte er toen anders uitzag; ze was smaller. De eetzaal waarover Emile schrijft was waar nu de brasserie is; de brasserie van nu heeft 5 vensters, de eetzaal van voor 1872 had 7 vensters. De recreatiezaal was het zaaltje rechts naast de trap naar de bel, het had 3 ramen; het zaaltje daarnaast met 2 ramen was de biljartzaal. In het voornoemde gedenkboek leest u op pagina 112 dat in 1910 de muur ertussen verwijderd is zodat een grote studiezaal van 5 vensters ontstond. De grote eetzaal die er nu nog is naast de brasserie ontstond pas in 1876. Wellicht neemt u er ook de tekening van Gerard Slits - Rolduc in Vogelvlucht- uit 1865 bij, deze staat als afbeelding 12 op bladzijde 100 van het gedenkboek. Wellicht is Emile een van de studenten die Gerard op de grote cour getekend heeft.


Het gedeelte Rolduc uit het boekje van Emile Coenders


Bladzijde 124-125 opnieuw.

bl124-125.pdf (881.34KB)
bl124-125.pdf (881.34KB)




L' eleve chretien uit 1904 uitgegeven door R. Corten

Hierna de eerste drie bladzijden uit het stichtelijke Latijn-Frans missaal van 509 bladzijden dat waarschijnlijk elke student kreeg op Rolduc rond 1900. Het boekje is vrij zeldzaam. B.A. Pothast heeft het boekwerkje helemaal gecorrigeerd en gecontroleerd. Er staan allerlei morele wetenswaardigheden in hoe een christelijke leerling zich heeft te gedragen [een soort reglement]; een kalender met katholieke feestdagen; Rolducse gezangen; teksten i.v.m de mis...In ieder geval leerden de leerlingen  Latijn en Frans ervan; het Frans was tot omstreeks 1910 de voertaal op Rolduc. De eerste afbeelding toont, jawel zwevend,  de heiligen Lucia, Daphne en Norbertus; geknield is de heilige Gerlachus. De Latijnse tekst slaat op Johannes 20:23 ..Zo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven; zo gij iemands zonden houdt, dien zijn zij gehouden..... Op het tweede blad zijn links de deugden Geloof, Hoop en Liefde te herkennen en rechts Prudentie, Rechtvaardigheid, Kracht en Matigheid. Nog steeds goede levenswijsheden. En uiteraard de tekst Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Welke definitie van waarheid we moeten nemen wordt in het midden gelaten: waarheid als onverborgenheid, coherentie, correspondentie...? Uiteraard een mooie tekening van het instituut Rolduc.







De  rode poort van klein Rolduc en de piano van Pothast

Naast de grote aula is een poort; zolang ik al op Rolduc kom, sinds 1962, is die  poort groen geschilderd; toch werd het vroeger de rode poort genoemd.  Het verbaasde me toen ik er over las in Pothast 's muzikale biografie; dat is als hij in mei 1851 een nieuwe piano koopt van het merk gebroeders Berden,  voor 788 3/4 franc,  bij Limmers in Aken.  Limmers bezorgt de piano en onder begeleiding van Pothast en portier Huntjens dragen vier knechten van Rolduc het geval op de vier hoeken op hun schouders door de porte rouge Rolduc binnen;  Pothast is blij dat hij niet meer op die 'rot' piano van Rolduc hoefde te spelen en nu een eigen en blijkbaar goed instrument heeft.  Wat zoeken op internet leert: Die firma van de bankier Francois Berden uit 1840 is niet zomaar een pianobouwer; hij had succes op de wereldtentoonstelling in 1851 in Londen en in 1855 behaalde hij op de wereldtentoonstelling te Parijs de eerste prijs met zijn rechte piano's; rond 1864 nam zijn neef Francois-Hubert Berden, geboren 1818 te Kerkrade, het bedrijf over. Volgens Pothast had deze op het Luikse Rolduc gezeten. De wereld was toen ook al klein blijkbaar.  Die porte rouge is blijkbaar al erg oud 1730 af te leiden uit het jaartal dat in steen is gehouwen boven de poort. 





 



Het jaartal 1730 aan de bovenkant.



De Roode poort, briefkaart verstuurd door Jan Oomens uit Dongen die op Rolduc was 1905-1908.De stenen met -anno- en het jaartal 1904 staan nu 90 graden naar binnen gedraaid.
Het poortje is mooi zichtbaar op -Rolduc in Vogelvlucht- uit 1865 van Gerard Slits; merk ook op dat er al kastanjebomen groeien op de grote cour. Het betstaan van het poortje is best nuttig omdat het een vast ankerpunt is.